EREDOCTORAAT Ku Leuven 2000

In de academische wereld heerst er de gewoonte om eredoctoraten toe te kennen aan personen die een welgeplande en systematisch opgebouwde loopbaan hebben ontwikkeld, en hierbij een uitmuntende rol hebben gespeeld in de wetenschap of de politiek.

In de persoon van Jeanne Devos, echter, eren we iemand die zich juist heeft vrij gemaakt van een planmatig opgebouwd bestaan om aandacht te hebben voor de noden van anderen, en om in verschillende omstandigheden op deze noden te kunnen inspelen

Op 2 februari 2000 ontving zuster Jeanne Devos het eredoctoraat van de K.U.Leuven als erkenning voor haar strijd tegen de uitbuiting en mishandeling van kinderen in India.
Zuster Jeanne staat elke dag klaar voor de zwaksten en de armsten, en blijft opkomen voor structurele veranderingen in de Indische samenleving


Fonds voor zuster Jeanne Devos
K.U.Leuven komt mee op voor kinderrechten


 

Op 2 februari 2000 ontving zuster Jeanne Devos het eredoctoraat van de K.U.Leuven als erkenning voor haar strijd tegen de uitbuiting en mishandeling van kinderen in India.
Zuster Jeanne staat elke dag klaar voor de zwaksten en de armsten, en blijft opkomen voor structurele veranderingen in de Indische samenleving. Met het Zuster Jeanne Devos Fonds voor Kinderrechten wil de K.U.Leuven het werk van zuster Jeanne verder ondersteunen en haar christelijk-humane maatschappelijke missie mee uitdragen.

Met het fonds wil de universiteit niet alleen financiële middelen inzamelen maar ook expertise aanbieden. Concrete doelstellingen zijn onder meer de oprichting van een hoofdhuis voor de beweging van Zuster Jeanne (The National Domestic Workers Movement), steunverlening aan vluchtcentra voor kinderen en de opleiding van Indische hulpverleners aan de K.U.Leuven.

 

 

 

 

 

 

meer info over het fonds

 

 

 

uit Veto

 

Geschreven door Gertie De Fraeye   
maandag, 19 februari 2007

Jeanne Devos is een missie-zuster " buiten categorie " !

Met haar werk voor dienstmeisjes in India wist ze na jarenlange actie grenzen te verleggen die ooit onverlegbaar leken. Deze gepassioneerde dame uit het Leuvense werd een onvermoeibare mensenrechtenactiviste. Haar eredoctoraat aan de K.ULeuven, haar nominatie voor de Nobelprijs van de Vrede en het zopas opgerichte Fonds voor de Kinderrechten zijn niet alleen bekroningen voor haar eigen inzet, maar het werk van velen. Er staat een enorme beweging achter Jeanne Devos. Ze heeft bovendien een opvallend frisse en kritische kijk op de rol van studentenbewegingen en de Kerk.
Jeanne Devos:  «In de jaren zestig trok ik naar India om er met dove kinderen te werken. Maar al gauw begon ik me in te zetten voor de studentenbeweging, en later voor de kinderen in huisarbeid. Ruim 8 miljoen dienstmeisjes tussen 5 en 14 jaar zitten er gevangen in de huizen waar ze werken. Ze kunnen niet naar school en worden behandeld als moderne slaven. We richtten samen met vrouwen in dienstarbeid een beweging op, de National Domestic Workers Movement (NDWM).»
Veto: Wat doet uw beweging precies, hoe vangt u de kinderen op?
Devos:  «We proberen naar de dienstmeisjes te luisteren, en hen opnieuw zelfvertrouwen te geven. Als het nodig is, redden we hen uit de huizen en zorgen we voor traumaverwerking. Zo gingen we de kleine Kavita halen, die met glas in haar oog geraakt werd. Ze had er het volste vertrouwen in dat het allemaal wel goed zou komen, zelfs in zo’n situatie. Toen we haar werkgever aanklaagden bij de rechtbank, zag ze hoe een advocaat haar verdedigde. Kavita zei zelf ook advocaat te willen worden. Nu studeert ze rechten om kinderen te verdedigen. Dat is ongelofelijk bij de kinderen. Ze blijven erop vertrouwen dat alles in orde komt, én dromen van een toekomst.»
«Het belangrijkste is dat ze weten dat er iemand achter hen staat. Je moet het niet in hun plaats doen, maar hen de kracht geven om voor zichzelf op te komen. Zo krijgen ze opnieuw zelfvertrouwen. Ook onze beweging NDMW steunt op vrouwen in huisarbeid. Ook al kunnen sommigen niet lezen of schrijven, door hun ervaring spreken ze recht uit hun hart.»
Veto: In oktober werd de wet tegen kinderen in huisarbeid gestemd. Hoe is die er gekomen?
Devos:  «De aanleiding voor de doorvoering van de wet, die al 15 jaar klaar lag, was de dood van de 10-jarige Sonu. Een huisarbeidster vond haar, opgehangen, wat een zelfmoord moest lijken. Om zes uur ‘s morgens kwamen meteen duizend huisarbeidsters op straat in een betoging, wat natuurlijk de aandacht van de pers lokte. Het verhaal verdraaide steeds en bleef daardoor in de media. Uiteindelijk bleek dat Sonu verkracht en vermoord was door de man des huizes en dat zijn echtgenote de schuld op zich nam om haar man te redden.»
«Ik werd opgebeld om in alle haast mijn mening te geven in een tv-programma. De vraag daarin was: “Zijn wij als maatschappij verantwoordelijk voor de dood van Sonu?” In het begin van de uitzending stemde 92% ‘nee’, want het gebeurde in een privé-woning, en het zijn toch maar armen. Maar in een uur tijd veranderde de publieke opinie naar 70% ‘ja’-stemmers. En als de maatschappij zich verantwoordelijk voelt voor àlle kinderen — ook de arme uit de lagere kasten — moeten politici iets doen. We hebben meteen gelobbyd, en op drie dagen was de wet gestemd. Maar deze wet tegen huisarbeid voor kinderen is slechts een beginpunt, geen oplossing.»
Kunst als droom

Veto: Op 2 februari werd het Zuster Jeanne Devos Fonds voor de Kinderrechten opgericht aan de K.U.Leuven. Niet alleen geld, maar ook expertise worden aangeboden. Wat betekent die steun voor u?
Devos:  «Als we echt mensen willen vooruit helpen, kan dat niet alleen met geld. De kennis van Prof. Adriaensens rond misbruikte kinderen en bescherming is heel belangrijk. De wetenschap die de K.U.Leuven opgebouwd heeft, mag niet binnen de muren van Gasthuisberg en het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling blijven, maar moet open getrokken worden. Zijn expertise is ook toepasbaar in India, alleen gaat het daar niet om groepen van drie, maar van 700 kinderen.»
Veto: Uw centrum in India heeft van het Vertrouwenscentrum ook de Golem gekregen, een gigantisch beeld van de kunstenaar Koen Van Mechelen. Welke waarde heeft dat beeld?
Devos:  «Daar heb ik veel van geleerd, het heeft me een nieuw inzicht gegeven. In het begin dacht ik: ‘Wat hebben onze kinderen, die in uiterste armoede leven, daaraan?’ Maar kinderen leven niet alleen van brood. Ze moeten kunnen fantaseren, dromen. Ze hebben zelf aan de Golem kunnen meewerken en kregen inspraak. Vanaf toen zijn we meer met kunst en wetenschap beginnen werken, en dat is een enorme bijdrage van de K.U.Leuven.»Veto: U stond mee aan de wieg van de studentenbeweging in India. Van waar komt dat engagement?
Devos:  «In Leuven ging ik altijd de straat op, zoals bij de acties voor de Hongaarse studenten (Hongaarse revolutie in 1956, nvdr). Mijn ouders klaagden dat ze onze studies wel betaalden, maar dat we er niets mee deden, dat we ‘van ‘t een naar ‘t ander’ liepen, (lacht). Maar diegenen die in de bewegingen zaten, passeerden ook hun examens beter.»
«In India heb ik me laten bekeren door de bevrijdingstheologie uit Latijns-Amerika. Dat is een levenshouding van verantwoordelijkheid, meeleven met anderen en actie ondernemen voor verandering. Ik begon me daarom meer en meer in te zetten voor de studentenbeweging. Die was niet alleen christelijk. Iedereen die geëngageerd was, mocht toetreden. Ze grapten toen: ‘Als Jeanne Devos daar is, begint de revolutie’. Maar dat is niet waar, als je daar bent komt dat gewoon vanuit het besef ‘Dat kan toch niet?’»
 


Veto: Hoe is die studentenbeweging dan verder geëvolueerd?
Devos:  «We ondernamen acties met studenten vanuit ons open huis, een oude bibliotheek. Daar kon iedereen blijven slapen op matjes, en werd er nachtenlang gediscussieerd over het evangelie, het marxisme en Das Kapital. Een groep afgestudeerde studenten groeiden uit tot advocaten voor mensenrechten, anderen gingen zich inzetten in landbouwdorpen en mijnen. Het begon vooral in 1971, toen een cycloon, zo erg als de tsunami, de regio teisterde. De lijken hingen nog in de bomen, toen we met 30 studenten gingen helpen.»
«Een deel is er toen gebleven. Vrouwen gingen vroedvrouwen uitleggen hoe ze de navelstreng op een gezonde manier moesten doorknippen. Die werd toen immers nog doorgehakt met een scherpe steen. De mannen werden eerder gemobiliseerd door de landbouw. Zeven jaar geleden hebben ze een project opgericht voor landbouwdorpen. Als een gemeenschap een comité oprichtte waaraan alle kasten konden deelnemen, kregen ze een watertank. Dan volgde er hulp voor landbouw en woningbouw.»
«In twee dorpen lukte het effectief om de bevolking binnen naar het toilet te laten gaan, wat absoluut niet vanzelfsprekend is in landelijk India. De malaria daalde er met 80%. Door de ontsmetting vielen er geen jonge slachtoffers meer door malaria. Die twee dorpen kregen een voorbeeldfunctie en het project werd in 400 dorpen ingevoerd. Het kreeg de Harvard prijs voor beste ontwikkelingsproject en groeide uit tot hét hoopgevende project in heel Azië.»
Kerk en pluralisme
Veto: U staat als zuster kritisch tegenover de Kerk. Wat zou u graag anders zien?
Devos:  «De Kerk heeft alle nadelen van een georganiseerde godsdienst. Ze is te institutioneel, te hiërarchisch, en ze staat buiten de maatschappij. Ze handhaaft zich binnen die structuur, en verliest het contact met de armen. Ze spreekt er nog wel over, maar dat is enkel theorie. Ik ben lid van een beweging, de Anawin, die eerder rechtvaardigheid vooropstelt. Wij vieren ook nog Kerstmis, maar dat is de ster van Bethlehem tegenover de vijf sterren hotels. Daarnaast ben ik lid van de Satya Shodak, een vrouwenbeweging die ijvert voor vrouwenrechten binnen de Kerk en de maatschappij.»
Veto: Had u het dan beter gevonden dat er een andere paus verkozen werd?
Devos:  «Ik had het liever gehad dat de nieuwe paus uit een derdewereldland zou komen. Ik hoop ook dat we het christendom in Azië mogen vrijmaken van zijn Europese overheersing en symboliek.»
Veto: Gelooft u eerder in pluralisme en openheid tussen de godsdiensten?
Devos:  «Ik geloof daar heel sterk in, zoals vroeger in de studentenbeweging en in mijn beweging nu, de NDWM. In de jaren zestig ben ik naar India gekomen met het idee ‘wij hebben dé waarheid’. Maar mijn waarheid is op dit moment ‘blijven zoeken, blijven groeien’. En in dat zoeken naar waarheid vullen de verschillende godsdiensten elkaar aan. Vanaf dat inzicht heb ik enorm veel eerbied gekregen voor de andere godsdiensten.»
Solidariteit
Veto: Wat vindt u van het huidige engagement?
Devos:  «Het individualisme loopt dood, er is een kentering in het kapitalisme. Ik droom vooral dat we in de globalisering van de economie er ook in slagen de solidariteit te globaliseren. Solidariteit is immers de enige kracht van de armen. Geld hebben ze niet, inspraak hebben ze niet, een stem krijgen ze niet. Nu willen mensen niet alleen geld geven. Ze vragen ook wat ze kunnen doen om te helpen, en dat is nog iets anders. Een hoopvolle evolutie.»
Veto: U hebt een boek geschreven, In naam van alle kinderen. Hoe loopt het met de promotie daarvan?
Devos:  «De eerste druk is al uitverkocht, ik ben blij dat er zoveel belangstelling is. Ik hoop vooral dat het de lezer inspireert om zich zelf ook in te zetten.
Veto: U bent ondertussen al 72 jaar oud. Waar haalt u de energie vandaan om zoveel te blijven doen?
Devos:  «Vooral het heen en weer reizen is vermoeiend. Maar ik sta elke dag op om 4u. Dan begin ik met meditatie, die me in contact brengt met mijn onderbewuste. Dat geeft trouwens meer rust dan slapen. Dan kan ik nog twee uur ongestoord werken om het dringende van de dag af te werken, zodat ik goed voorbereid ben voor rechtszaken. Daarna komen de kinderen binnen en heb ik ondertussen alles onder controle. Typisch westers (lacht).»
Veto: Daarnet zei u ‘bij ons’ toen u vertelde over India. Waar bent u thuis?
Devos:  «Toen ik in de jaren zestig naar India trok, wou ik Indiër zijn met de Indiërs. Later besefte ik in alle eerlijkheid dat zoiets nooit zou lukken, wél om een andere Belg te zijn. Ik ben er ook geen vreemde, en ik voel me meer thuis in India dan hier.»
   

goededoelen.be, GOEDE DOELEN,